|
Polyoma
Bij
de grote papegaaiachtige en Ara's levert het polyomavirus vooral
veel problemen op bij jonge vogels. Erg gevoelig zijn onder
andere Grijze Roodstaarten, Blauwgele Ara's en Edelpapegaaien. Ook
bij halsbandparkieten komt dit virus inmiddels op grote schaal voor.
De meeste problemen zien we in de periode van 1 tot 7 weken. In het
nestblok liggen soms plotseling jongen dood. het virus veroorzaakt
onder andere stollingsstoornissen. Hierdoor vertonen de jongen
onderhuidse bloedingen (blauwe plekken). De houder van de dieren
denkt dan dat de ouders het jong hebben doodgetrapt. Helaas is de
werkelijke oorzaak (nog) erger.
Symptomen
Bij
een minder heftig verlopende vorm groeien de jongen slecht en zeer
ongelijkmatig. De krop leegt zich slecht en de eetlust neemt af.
Sommige jongen krijgen een erg opgezette buik met veel vocht erin
omdat het virus de lever bijna vernietigd heeft (levercirrose). Bij
andere ontstaan onderhuidse bloedingen, ontstekingen aan de
veerfollikels enzovoorts.
De
nestgenootjes van deze vogels die het wel overleven worden drager
van het virus. Vindt de besmetting plaats op zeer jonge leeftijd dan
herkent het lichaam het virus
niet als lichaamsvreemd en blijven de dieren levenslang geïnfecteerd
en besmettelijk voor andere dieren. Worden de vogels (of ouders) op
wat latere leeftijd geïnfecteerd dan blijft het virus ongeveer 24
weken aantoonbaar in het bloed, waarna de infectie
weer
verdwijnt. Ouders van jongen die de symptomen vertoont hebben moeten
dus apart gezet worden. Een enkele maal zien we volledige
uitgegroeide jonge of oudere vogels die ineens zonder symptomen dood
liggen. Deze vogels hebben geen uitwendige symptomen maar hebben bij
sectie een sterk gezwollen milt en lever.
Diagnostiek
Deze symptomen
kunnen soms echter ook door andere aandoeningen veroorzaakt worden
(hartgebreken, stollingsstoornissen etc.). De aanwezigheid van het
polyomavirus dient ten allen tijde te worden aangetoond door middel
van bloedonderzoek op de aanwezigheid van virus DNA of idem maar dan
bij sectie en onderzoek op virus in de organen van de overleden
dieren.
VERSCHILLENDE VORMEN VAN POLYOMA
Hoewel het
polyomavirus veel voorkomt bij de grotere kromsnavels zijn ook de
kleinere kromsnavels (jonge grasparkieten) er erg gevoelig voor. Men
onderscheidt verschillende vormen van polyoma. Er bestaan flinke
verschillen in het ziektepatroon bij de verschillende kleinere
papegaaiachtige.

Bij
grasparkieten
Kennen we een
extreme vorm en een milde vorm van polyoma. Bij de extreme vorm van
Polyoma ziet men tot 10 à 15 dagen een normale ontwikkeling, dan
plotselinge sterfte zonder verder symptomen. Andere nestjongen van
hetzelfde ouderpaar tonen een opgezwollen buik en
uitdrogingsverschijnselen wat vooral goed zichtbaar is aan loopbenen
en tenen, die enigszins verschrompeld aandoen, soms ziet men
zenuwafwijkingen. De dons- en contourveren veren van zulke
nestjongen zijn sterk onderontwikkeld en er is veel sterfte in de
eerste drie levensweken, soms oplopend tot 100%. Jongen die
overleven tonen bevederingstoornissen in de dekbevedering terwijl de
grote vleugel- en staartpennen nauwelijks zijn ontwikkeld waardoor
de vogels niet kunnen vliegen. Het zijn in alle gevallen
onderontwikkelde vogels die niet meer herstellen.
| |
|
 |
|
Foto:
www.Birds-online.de |
| |
Kruiperziekte
Bij de milde
vorm van Polyoma - deze treedt op als de jonge vogels na de eerste
dag met het virus worden geïnfecteerd - laten de jonge grasparkieten
vlak voordat ze het nestblok verlaten, alle slag- en staartpennen
vallen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat ook de milde vorm van
Polyoma verschillende gradaties kent variërend van het verlies van
enkele vleugelpennen tot de zwaardere gevallen, waarbij ook de
lichaamsbevedering is aangetast. In de spoel van de afgeworpen
vleugelpennen zien we een roodbruine bloederige massa, zodat wel van
bloedpennen gesproken wordt. De veerschachten zijn bros en tonen
enigszins gekrulde baarden. Aan het einde van de schacht zijn de
pennen ets geknikt. Behalve het feit dat de jonge vogels niet of
nauwelijks kunnen vliegen en zich over de grond of langs het gaas
kruipend voortbewegen, vandaar de benaming kruiper, zijn ze verder
vitaal en lijken volkomen gezond. Deze vogels herstellen gewoonlijk
na enige tijd weer normaal, waarbij de meer ernstige gevallen soms
wat in groei achterblijven in vergelijking met hun niet aangetaste
soortgenoten.
Bij Agaporniden
Onderscheidt
men eveneens de per acute sterfte zonder voorafgaande
symptomen. Een ander ziekteverloop bij Agaporniden wordt gekenmerkt
door verschijnselen van lusteloosheid, geen eetlust,
gewichtsverlies, vertraagde kroplediging, braken, diarree,
uitdrogingsverschijnselen,
ademhalingsproblemen
en verhoogde urinevloei en vervolgens sterfte binnen een tijdsbestek
van twee dagen. Bij Agaporniden blijkt bij sectie de buikholte
gevuld met helder vocht en ziet men een smalle bleke milt en een
bleke gezwollen lever. Bij Agaporniden treden de problemen
gewoonlijk aan het licht op een leeftijd van 4 tot 16 weken.
Agaporniden welke na vijf maanden met het polyomavirus in aanraking
komen zullen doorgaans antistoffen opbouwen zonder
ziekteverschijnselen te vertonen. Naar de oorzaak van Polyoma is
vooral de laatste jaren door talrijke wetenschappers intensief
onderzoek gedaan. Uit de onderzoeken is gebleken, dat de ziekte
wordt veroorzaakt door het zogeheten avipolyoma-virus, een virus dat
taxonomisch tot de grote familie van de papovavirussen wordt
gerekend. De naam papovavirus geldt als familieaanduiding voor het
Papilloma (PA), Polyoma (PO) en Vacuola (VA) virus.
Verspreiding
Volwassen
vogels verspreiden het virus door huidschilfers, veerstof en
uitwerpselen. Verder zijn er aanwijzingen dat het virus ook via het
broedei kan worden overgebracht. Een besmettingsroute via de
ademhaling wordt niet uitgesloten omdat bij onderzoeken
virusdeeltjes in het longweefsel zijn aangetroffen. Door Polyoma
aangetaste jonge dieren verspreiden het virus door afgeworpen veren
of veerdeeltjes, huidschilfers, veerstof, de ontlasting en mogelijk
ook via de ademhaling.
Dragers
Vogels die de
ziekte te boven komen, kunnen 'dragers' worden en op bepaalde
momenten van stress een infectiebron vormen in kweekbestanden. Een
aantal vragen ten aanzien van de progressie van de ziekte zijn nog
onbeantwoord gebleven. Een open vraag is nog steeds, waarom sommige
kweekparen voortdurend geïnfecteerde jongen voortbrengen, terwijl
andere het ene jaar gezonde nakomelingen voortbrengen en het andere
jaar zieke.
Vaccin
Zoals
bij vrijwel alle virusziekten zijn er nog steeds geen specifieke
medicijnen om de aandoening te behandelen. In Amerika wordt
momenteel nog onderzoek verricht naar een vaccin als
voorbehoedmiddel tegen de ziekte. Ook wordt momenteel een vaccin met
geïnactiveerd Polyoma-virus door verscheidene universiteiten getest,
dit is echter nog niet relevant voor de praktijk. Het vaccin van
BIOMUNE is voorlopig toegelaten in de Verenigde Staten, maar nog
niet officieel verkrijgbaar in Nederland. De kosten liggen rond de
20 dollar per enting per vogel. De eerste keer moet er tweemaal
geënt worden met 3 weken tussentijd. Waarna de enting jaarlijks
herhaald moet blijven worden.
Gemotiveerde vogelliefhebbers
Gezien de
kosten zullen waarschijnlijk voorlopig alleen de beter gemotiveerde
vogelliefhebbers met de duurdere vogelsoorten overgaan te enten. De
verwachting is dan ook dat er altijd vogels zullen blijven die de
besmetting kunnen verspreiden. Daarom is het zaak dat we leren
omgaan met het fenomeen Polyoma. Kwekers die nog nooit met Polyoma
te maken hebben gehad, dienen zich te realiseren dat juist hun
bestand het meest kwetsbaar is omdat hun vogels onvoldoende of zelfs
helemaal geen antistoffen tegen de ziekte hebben opgebouwd. Wanneer
de ziekte onverhoopt optreedt, moeten een aantal maatregelen genomen
worden om verspreiding van het virus binnen het bestand zoveel
mogelijk te beperken.
|
Tot die
maatregelen
behoren |
|
|
|
Bij de alle kromsnavel
soorten |
-
Alle directe contactvogels
onderzoeken door middel van een bloedonderzoek op de aanwezigheid
van virus DNA en deze isoleren. Na ca 24 weken deze positieve
vogels opnieuw controleren. Met de dan negatieve vogels kan
weer geweekt worden. De nog steeds positieve vogels kunnen
eventueel na 3 maanden nogmaals onderzocht worden. Zijn deze
vogels dan nog steeds positief, dan zijn deze vogels
waarschijnlijk levenslang drager van het polyoma virus en
gevaarlijke voor andere kromsnavels. De vogels zelf gaan vaak zelf
niet meer dood aan het virus wat ze bij zich dragen. Ze zijn nog
wel geschikt als solitaire huiskamervogel. En kunnen bij goede
verzorging nog een respectabele leeftijd bereiken. Er
bestaat geen geneesmiddel dat reeds zieke dieren weer beter maakt.
-
Broedkooien, broedblokken, enzovoort
regelmatig desinfecteren met een virusdodend middel, bijvoorbeeld.
Halamid
-
Het gebruik van een luchtionisator,
zodat zwevende stofdeeltjes die door de virussen als
transportmiddel gebruikt worden, snel neerslaan
-
Zorgen voor een goede ventilatie en
afzuiging gedurende de tijd dat de vogels actief zijn
-
Als u de kweekruimte met een
stofzuiger reinigt een tweede slang aan de uitlaat van het
apparaat koppelen en deze naar buiten leiden zodat de eventueel
opgezogen virussen niet door het hele verblijfverspreid worden
|
|
Bij grasparkieten |
-
Niet meer dan 2 rondes kweken per
jaar!
-
Geen eieren of jongen overleggen in
bestanden waarin Polyoma voorkomt!
-
Afgeworpen veren van aangetaste
dieren direct verwijderen en afvoeren!
-
Ernstig aangetaste jongen die - naar
het zich laat aanzien - toch niet meer herstellen in laten slapen.
Deze zware gevallen vormen een ernstige infectiebron en daardoor
een bedreiging voor de andere kweekvogels!
|
|
Bij alle
kromsnavels |
-
Ouders
van dergelijke vogels tenminste een halfjaar uitsluiten voor de
kweek. Als na die periode opnieuw Polyoma in het nest optreedt,
het betreffende kweekkoppel eveneens in laten slapen, hoe hard dat
ook klinkt. Het is duidelijk dat u geen vogels verkoopt en er ook
niet mee showt als Polyoma in actieve vorm in uw bestand aanwezig
is. Doet u dat toch dan werkt u, met de kennis die u thans
over dit onderwerp heeft, bewust mee aan de verdere verspreiding
van deze besmettelijke ziekte.
|
Bronvermelding:
Dierenkliniek: De
Toren - Drachten
Foto:
www.Birds-online.de
 |